Ik ben u nog iets verschuldigd.

Remember de blogpost over mijn nieuwe gsm waarin ik beschreef hoe ik –met lichte frustratie- aan het wachten was op dat verdomde toestel? 
Wel het is zover! Of dat is misschien wat kort door de bocht, ik heb vandaag een mailtje gekregen dat mijn nieuwe telefoon –ein de lijk- aangekomen is in de winkel.

Eind goed, al goed zou je dan denken. Wel, natuurlijk, niet in het leven van Jeroen Geutjens. 
Zonder enige verwachting opende ik vanmiddag mijn mailbox, tot ik zag dat ik een nieuwe e-mail had van de niet nader vernoemde winkel waar ik mijn nieuwe gsm-toestel had besteld (6 weken geleden * insert emoji die met zijn ogen draait *). 
Yes, Yes, Yes tien windjes in een fles –zou je weer denken- maar eind niet goed, al niet goed. 
In de e-mail stond een vetgedrukte vermelding: ‘u dient uw bestlling af te halen binnen de twee werkdagen’. 
TWEE WERKDAGEN ?! Ik herhaal: TWEE WERKDAGEN ?! 

Toen ik mijn gsm ging bestellen, had ik zicht op een week herfstvakantie, dus ik bestelde hem bij het dichtstbijzijnde verkooppunt van het niet nader vernoemde gsm-merk bij mijn thuis in Limburg. 
Nu, anderhalve maand en een week herfstvakantie later is dat dus helemaal niet meer de dichtstbijzijnde winkel bij mijn kot in Antwerpen. Typisch. Maar de vraag blijft: hoe moet ik in Godsnaam binnen de twee werkdag in die winkel geraken? 

In mijn hoofd was het kalf al verdronken –ik zou mezelf geen dramaqueen noemen, maar anderen doen dat vaak wel- en gingen ze mijn gsm doorverkopen aan iemand anders die er nooit zo goed voor zou zorgen als ik. 
Naar de winkel mailen om te smeken dat ze hem een tijdje langer zouden houden, leek me niet de juiste oplossing want tegen de tijd dat ze mijn mailtje in hun –wellicht overvolle- inbox zouden vinden, was een andere sjansaar waarschijnlijk al lang met mijn toestel gaan lopen.

BELLEN, ik moest zo snel mogelijk bellen naar de winkel! Ik stapte de les uit met de smoes dat ik dringend naar het toilet moest en haastte me naar een rustig plaatsje op de campus om –op dat moment in mijn hoofd- de belangrijkste telefoon van mijn leven te doen. 

“voor Nederlands druk 1, pour le français, appuyez sur 2”

–   * Jeroen drukt op 1 
“Beste klant, een medewerker probeert zo snel mogelijk je oproep te beantwoorden, door enorme drukte zou het kunnen dat dit een tijdje duurt.”

–   * Jeroen wacht. 

… * insert slechtste wachtmuziek ever! 

– * Jeroen wacht langer

… * insert andere, maar nog slechtere wachtmuziek dan enkele minuten daarvoor.

“Beste klant, het is helaas nog niet mogelijk om uw oproep te beantwoorden. Met dringende vragen kan u via mail bij ons terecht.”

… * insert opnieuw de slechtste wachtmuziek ever! 

– WABLIEFT?!

Het kalf verdronk in mijn hoofd een tweede keer, deze keer kreeg ik het beeld voor mijn ogen dat de gsm in handen zou komen van een jonge moeder die het toestel even aan haar zoontje van drie uitleent zodat hij een filmpje kan kijken, waarna hij vol ondeugendheid het toestel helemaal stuk gooit op de grond! –ik herhaal graag even dat ik echt niet zo’n grote dramaqueen ben als mensen zeggen-

De volgende 120 minuten les leken wel uren te duren. Ik wilde zo graag terugbellen. 
116 minuten en 14 seconden later, besliste de lector de les vroeger te stoppen.
Hallelujah!

Ik stormde het lokaal uit, zette een stevige stappas in en vertrok naar huis. ‘man man man hoe dringend kan iets zijn dat je er zo gek voor moet wandelen?’, zou je denken als je iemand zo’n pas ziet doen.
Als mensen me op dat moment hadden gevraagd wat er zo dringend was, ik zou hen geantwoord hebben dat ze nog niet eens half beseften hoe belangrijk het wel niet was.
Bon, ik wandel naar mijn kot en blijf dit keer in de telefonische wachtrij staan, ook wanneer ik van de robotstem aan de andere kant van de lijn nog eens hoor dat ik beter een e-mail zou sturen. 

Aangekomen op kot, 64 trappen en 4 minuten in de wachtrij later ben ik nog steeds niet van plan om af te leggen. Jeroen Geutjens geeft niet op! Maar de blaas van Jeroen Geutjens ging het op dat moment wel bijna opgeven. Ik zie er niet direct een probleem in om een kort toiletbezoek te brengen. Op dat moment sta ik toch al 4 min. En 41 sec. In de telefonische wachtrij van de niet nader vernoemde winkel.

“Een heel goeie avond, kan ik u ergens mee helpen?”

Ja, je leest het goed, raad één keer wanneer ik die boodschap door de speaker van mijn gsm hoorde. 

– Uhm ja, ik zit met een probleem…

Weet je wat het is, op de een of andere manier ben ik altijd een beetje bang dat mensen me toch kunnen zien door de telefoon op de een of andere manier. En ik weet wel dat dat niet kan, maar dat is bijvoorbeeld ook een van de redenen waarom ik nooit zal bellen in bad. 

“Oh maar meneer geen probleem hoor, geef me even je klantennummer en ik zorg ervoor dat alles in orde komt”. 

Twee minuten later was het probleem opgelost, mijn blaas geledigd en had de medewerker aan de andere kant van de lijn –hopelijk- niet door dat ik niet alleen met hem aan het bellen was. 

Eind goed, al goed. 

Liefste Sint, voor mij een pop!

Beste lezer. Zet u neer. Kijk naar dit filmpje en lees daarna verder. 

Met tranen in mijn ogen heb ik voor het eerst naar deze reclamevideo gekeken. Tranen van geluk, blijheid, opluchting. Geluk omdat in deze reclame een taboe doorbroken wordt. Blijheid omdat in deze video getoond wordt dat het helemaal oké is om jezelf te zijn. Opluchting omdat ik aan mijn Twitter- en Facebookfeed merk dat deze video zo enorm goed onthaald wordt. 

Ik herinneren hoe me nog zo goed hoe ik vroeger een brief schreef naar De Sint. Ik schreef zo mooi mogelijk en met mijn beste pen alles neer wat ik graag had gekregen van de Goedheilig man. 
Op mijn lijstje; een nieuwe racebaan, een grote doos Lego, het ziekenhuis van Playmobil en een pop. 

Een pop? Awel ja, ik was ook, net zoals het kind in de reclamevideo van Dreamland, die jongen die een pop aan de Sint vroeg. En geloof me dat mijn geluk niet opkon op de dag dat ik die pop effectief kreeg. Mijn zus had poppen dus waarom zou ik er geen mogen hebben? 

Ik blijf fantastisch vinden dat ik in die openheid ben mogen opgroeien en dat ik van kleins af aan heb meegekregen dat jongens met poppen mogen spelen. 
Ik blijf hopen dat de dag van vandaag ieder kind mag zijn wie hij/zij is en mag spelen met wat hij/zij wilt.

Ik blijf hopen dat de dag van vandaag ieder kind mag zijn wie hij/zij is en mag spelen met wat hij/zij wilt.
Uit de grond van mijn hart, ik hoop dat de Sint op 6 december ook eens wat racebanen en auto’s naar meisjes brengt en dat jongens die ochtend al volop met hun nieuwe pop aan het spelen zijn!

Ben ik dan echt de enige?

Ik val direct met de deur in huis, want er moet me iets van het hart. Een tijdje geleden stapte ik -gelukkig als een klein kind- een niet nader vernoemde winkel met een niet nader vernoemd gsm-merk binnen. En was ik er klaar voor. Ik was klaar om in de daarop volgende minuten tegen een verkoper te zeggen welke nieuwe gsm ik graag mee naar huis zou nemen om vervolgens -alsof ik het elke dag deed, zo een nieuwe gsm kopen- mijn portefeuille te nemen en -alsof het niets was- een halve nier af te staan aan de niet nader-vernoemde winkel van het niet nader vernoemd gsm-merk ter betaling van mijn nieuwe telefoon.

Natuurlijk zou het utopisch zijn te denken dat er geen wachtrij voor me stond met enkele ongeduldigen die een nieuwe laptop, een harde schijf en een screenprotector kwamen kopen. En natuurlijk zou het nog utopischer zijn om te denken dat deze wachtenden voor me niet even wat uitleg aan de verkoper zouden vragen over zowat alles wat er in de winkel te vinden is.

12 minuten en drie diepe zuchten later is het aan mij. Met alle ‘schwung’ (of hoe spel je dat woord eigenlijk????) die ik in me heb, begeef ik me naar de besteltoog, trek mijn mond open en zeg: ik wil graag de nieuwe I***** ** *** *** in de kleur *********** *****! BAM, daar ga ik -met stiekem mijn portefeuille al in mijn hand in mijn jaszak- BAM! Hij doet het toch maar weer, hij bestelt hem gewoon! Hopla!

“Sorry Meneer maar ik ga die moeten bestellen”.

“uhm, jij gaat wat??

“Wel ik ga die telefoon moeten bestellen want die hebben we momenteel niet meer in voorraad.”

“Ah -merk de teleurstelling even op in deze ah, ook al lees je die gewoon, er zit enorm veel teleurstelling in de letters A & H- oké, en hoe lang zal het ongeveer duren om die telefoon te bestellen?

“Moeilijk te zeggen. Als ik er nu een antwoord op moet geven zal dat ongeveer een week tot een maand duren”.

“Ah oké -ja natuurlijk niet oké denk ik in mijn hoofd want ik wil die telefoon NU mee naar huis nemen en hem daar NU aanzetten om vervolgens al de nieuwe snufjes te testen en het product, waardoor ik de komende drie maanden boterhammen met confituur ga moeten eten, NU dienst nemen. Maar ik zei dus- ah oké.”

“Ik maak dan de bestelbon op en u wordt op de hoogte gebracht van zodra het toestel binnen is in onze winkel”

“Bedankt en hopelijk tot snel!

“Tot snel!”

En hier zit ik dan, vier weken en één dag later, deze blogpost te maken en iedere vijf minuten mijn mails te checken terwijl ik hoop dat de niet-nader-vernoemde winkel me een e-mail heeft gestuurd.
In de tussentijd heb ik dan maar nieuwe schoenen gekocht want hey, besef jij wel hoe zwaar het wachten is?

Ik ben smartphoneverslaafd en ik ben er trots op

Twee nieuwe berichten, een nieuwe volger op instagram, drie likes op mijn laatste tweet, zes snapchats in twee verschillende Snapchatgroepsgesprekken, vijf WhatsApp-berichten, een vriendschapsverzoek op Facebook en een messengerbericht als ontbijt. En een tas koffie om alles door te spoelen. 

Continue reading “Ik ben smartphoneverslaafd en ik ben er trots op”

kookPODCAST 1 – Altermezzo

Zullen we iets afspreken? Een deal tussen ons twee. Jij neemt me vanaf nu mee tijdens je dagelijkse ochtendloopje, jij zet me naast je in de zetel of jij laat me je vergezellen in de file. In ruil daarvoor neem ik jou mee op restaurant. 

Continue reading “kookPODCAST 1 – Altermezzo”

Eten, eten en nog eens eten!

Woohooooooooow tijd om het met de wereld te delen. Ik ben smaakpupil van Jong Keukengeweld!

Continue reading “Eten, eten en nog eens eten!”

Avontuur hield me op de been

Ik heb veel goede herinneringen aan mijn leven en ik heb veel interessante mensen ontmoet. Als ik er dan toch echt één specifiek ding moet uitpikken, kies ik toch wel voor de ontmoeting met mijn eerste vriendin in Australië.

Heel mijn leven was eigenlijk één grote reis. Ik ben in een heel aantal landen geweest waar ik dan een tijdje woonde en soms ook werkte. Avontuur hield me op de been. De wereld lag aan mijn voeten en ik ging gewoon op zoek naar nieuwe verhalen. China en Australië zijn toch wel de twee landen die me het nauwste aan het hart liggen. In China heb ik destijds, net als in Australië, ook een pracht van een vriendin ontmoet waar ik nog op regelmatige basis met een grote glimlach op mijn gezicht aan terug denk.

De enige die vaak niet blij was met mijn vertrek, was mijn moeder. Ik wist op voorhand wel waar ik naartoe ging, maar wat er dan allemaal zou volgen was een groot raadsel tot het daadwerkelijk gebeurde. In de jaren ’70 waren de mensen hier in België verzot op Aziatische accesoires. Van mijn reizen naar China en Indonesië bracht ik dan souvenirs mee die ik hier op rommelmarkten verkocht. Op die manier kwam ik aan het nodige geld om een volgende bestemming uit te kiezen.

Mensen denken vaak dat wilde dieren in landen als Indonesië de grootste doodsoorzaak zijn, maar ik ben er moeten vertrekken vanwege de onderhuidse bacteriën die bijna mijn dood veroorzaakten. De dokter bij het plaatselijke bedrijf waar ik werkte, vond het de beste beslissing om terug te keren naar Australië, waar ik op dat moment juist vandaan kwam.

Ik heb veel van de wereld gezien, ik heb veel van mijn leven gemaakt en ik heb dingen gedaan waar andere mensen nog maar van kunnen dromen. Mijn grote passie blijft China en ik zou heel graag nog eens een keertje naar daar gaan, al laten de traditionele sanitaire voorzieningen, die men hier wel eens als ‘hurktoiletten’ durft beschrijven, me dat niet toe.

Je ziet het niet, dus het is er niet…

Ik herinner me hoe ik als 7-jarig meisje met mijn mama naar de dokter ging. Ik moest op de weegschaal gaan staan, werd grondig bekeken en mocht terug gaan zitten op mijn stoel. Achter mijn rug hoorde ik de dokter tegen mijn mama zeggen dat ik ‘toch wel te dik was’. Hij dacht dat ik dat niet gehoord had, maar het tegendeel was waar.

Op het bureau van mijn dokter stond een pot in de vorm van een dolfijn met snoepjes erin. Elke keer als iemand er een snoepje uitnam, weerklonk het geluid van die lachende waterdieren. Het geluid is me bijgebleven tot op de dag van vandaag. Sinds het moment dat mijn dokter me ‘te dik’ noemde, nam ik nooit nog een snoepje uit de pot en heb ik het gelach van de dolfijn niet meer gehoord, ik wil het niet meer horen.

Continue reading “Je ziet het niet, dus het is er niet…”

Ik stemde toe op twee voorwaarden…

De fijnste dag van mijn leven daar denk ik geen moment over na, dat blijft de dag waarop mijn kleindochter geboren werd. Ondertussen is dat al 22 jaar geleden, ik kan het haast zelf niet geloven.

Negen maanden voor de geboorte kreeg ik een telefoontje van mijn dochter die zei dat ze me iets moest vertellen, maar dat dat niet via de telefoon kon gebeuren. Nieuwsgierig als ik ben, moest en zou ik nog tijdens dat gesprek te weten komen wat er juist aan de hand was. Na wat ‘trekken en sleuren’ bleek dat ze zwanger was.

Ik wist niet goed wat ik hier in eerste instantie op moest zeggen. Ik had geen partner op dat moment, maar mijn dochter evenmin. We waren beiden alleen.

Hoe zou ze het kind alleen kunnen opvoeden? Hoe zou ze ervoor zorgen dat alles vlotjes verliep? Hoe … ? Ik wist even niet hoe ik me de toekomst moest voorstellen en ik had sterke twijfels bij de goede afloop. Maar hoe langer ik nadacht over mijn toekomstige kleinkind, hoe harder ik ernaar verlangde om het in mijn armen te sluiten en hoe meer ik ervan overtuigd was dat het ons samen wel zou lukken.

In de helft van de zwangerschap ongeveer kreeg ik van mijn dochter de vraag of ik aanwezig wilde zijn tijdens de bevalling. Ze had zelfs een boek voor me gekocht waarin uitgelegd stond hoe ik haar op de best mogelijke manier kon ondersteunen. Ik stemde toe op twee voorwaarden. Ten eerste moest ik naar de kapper geweest zijn vÓÓr de bevalling en ten tweede moest alles plaatsvinden op een zaterdag, want dat was de enige dag waarop ik niet moest werken. Als ik er aan terugdenk, vind ik het nog altijd fantastisch dat ze net mij vroeg om bij dat moment aanwezig te zijn.

Enkele maanden later ging de telefoon en ik wist onmiddellijk hoe laat het was. Hoe toevallig het ook lijkt, het was zaterdag en de kapper had mijn haar pas in de juiste plooi gelegd. Al moet ik toegeven dat ik anders ook heel vlug in het ziekenhuis had gestaan hoor, dat moment kon ik gewoon niet missen. Zo vlug als ik kon, reed ik samen met mijn dochter naar het ziekenhuis voor de geboorte van mijn kleinkind. Aan het ziekenhuisbed probeerde ik haar zo goed en zo kwaad mogelijk te steunen. Alles verliep vrij vlot, tot ze te weten kwam dat ik het boek dat ze me gaf eigenlijk helemaal niet had gelezen en het gewoon stof had laten vangen in de kast. Ze wilde me uit de kamer laten zetten. Ik hoor ze het nog roepen tegen de verpleegster: “zet ze buiten!”. Even later, en nog steeds aanwezig in de kamer van mijn dochter, stond ik met open mond te kijken naar mijn pasgeboren kleindochter. Dat op zich was al een prachtig moment, dat ik dan ook de eerste was die haar mocht vasthouden, maakte het moment nog prachtiger.

Vanaf haar geboorte ben ik beginnen schrijven in een boek. Haar boek. Wanneer we samen ergens naartoe gingen, schreef ik er in wat we deden en hoe ik het vond. Als er iets aan de hand was, zette ik mijn gedachten erin. Op haar achttiende verjaardag, heb ik het boek aan haar gegeven. Zo kan ze niet enkel lezen wat we allemaal samen gedaan hebben, maar vooral ook hoe graag ik haar zie en altijd heb gezien.

 

© recht van ’t stad

Ik ben er zeker van dat mijn kleinkinderen het zwaar zullen hebben…*

De opwarming van het klimaat blijft zo’n groot struikelpunt voor de hedendaagse maatschappij. Kijk, ik ben nu 78 jaar dus voor mij zal het niet veel erger meer worden, mijn tijd is voorbij, maar denk toch eens aan al die jonge mensen die bij wijze van spreken nog aan hun leven moeten beginnen.

Vanaf het moment dat ik gestopt ben met werken, heb ik ervoor gekozen om mijn auto weg te doen. Het heeft toch geen nut om zoveel uitlaatgassen de lucht in te sturen als je met het openbaar vervoer ook overal perfect kan geraken, zeker toch als je hier de tijd voor hebt.

Ik probeer spaarzaam te zijn in de kleine, dagelijkse dingen. Spaarzaam met water, spaarzaam met elektriciteit, afval tot een minimum beperken… Als iedereen zijn steentje zou bijdragen, gewoon door op de kleine dingen te letten, zou het al een pak beter gaan.

Ik ben er zeker van dat mijn kleinkinderen het zwaar zullen hebben, ze gaan het nog hard te verduren krijgen. Een dertigtal jaar geleden was er van de opwarming van de aarde nog maar weinig tot geen sprake. Mensen bleven uitstoten, dingen doen die niet goed waren voor het milieu, het kon niet op. Maar dat was gewoon omdat men niet beter wist. Men kende de negatieve gevolgen nog niet, men wist nog niet welke narigheden er ons nog allemaal te wachten stonden.

De mentaliteit moet veranderen om het beter te krijgen. Dit is al deels aan de gang, bij een enkeling is de boodschap al aangekomen en ook sommige ‘hoge pieten’ hebben het intussen door, maar of dat genoeg is, weet ik toch zo zeker nog niet.

 

*wenste niet op de foto te gaan