Je ziet het niet, dus het is er niet…

Ik herinner me hoe ik als 7-jarig meisje met mijn mama naar de dokter ging. Ik moest op de weegschaal gaan staan, werd grondig bekeken en mocht terug gaan zitten op mijn stoel. Achter mijn rug hoorde ik de dokter tegen mijn mama zeggen dat ik ‘toch wel te dik was’. Hij dacht dat ik dat niet gehoord had, maar het tegendeel was waar.

Op het bureau van mijn dokter stond een pot in de vorm van een dolfijn met snoepjes erin. Elke keer als iemand er een snoepje uitnam, weerklonk het geluid van die lachende waterdieren. Het geluid is me bijgebleven tot op de dag van vandaag. Sinds het moment dat mijn dokter me ‘te dik’ noemde, nam ik nooit nog een snoepje uit de pot en heb ik het gelach van de dolfijn niet meer gehoord, ik wil het niet meer horen.

Zolang ik me kan herinneren, heb ik mezelf al wel te zwaar gevonden. Wanneer er op de laatste dag van het schooljaar in de lagere school waterspelletjes gespeeld werden en iedereen zijn/haar gedachten al bij de zomervakantie zaten, was ik het meisje aan de zijlijn dat haar short en T-shirt aanhield, en zeker niet in bikini naast de anderen zou verschijnen.

Toen ik 13 jaar was, kwam ik op twee maanden tijd 7kg bij. Ik wilde zo graag afvallen, maar het lukte me gewoonweg niet. Het ging niet, hoe hard ik het ook wou. Toen volgde er uiteindelijk een moment waarop ik gewoon dacht ‘fuck it, laat de rest maar denken wat ze willen’. Achteraf bekeken, was dat het zaligste gevoel ooit.

Afvallen is goed, positief, leuk, fijn, een prestatie… dat is het dus niet!

Twee jaar later, toen ik 15 was, lukte het afvallen me wel. 10 kg was ik kwijt en ik werd overladen met complimentjes.

Jammer genoeg leven we in een wereld waarin afvallen altijd goed is. Mensen denken dat het een compliment is om te vragen of je wat gewicht kwijt bent. Afvallen is positief, leuk, fijn, een prestatie… Dat is het dus niet, want na die 10 kg volgden er nog 12.

In de periode dat ik op mijn magerste was, voelde ik me dikker dan nu. Mijn persoonlijkheid was afgevlakt, ik was niet meer ‘mij’. Ik was constant een klein beetje ongelukkig, constant net niet gelukkig genoeg om gelukkig te zijn.

Er moest iets gebeuren. Zo kon het gewoon niet verder. Op dat moment is dan ook de beslissing gevallen om mij te laten opnemen.

Op zo’n moment moet je even door de storm gaan

 Mijn periode van opname was verschrikkelijk zwaar. Je moet constant op je tellen letten. De bedoeling was om zes maanden in opname te blijven en zo een half jaar lang samen met de groep een poging te doen om ‘het probleem’ aan te pakken.

Na een tijdje mocht ik in het weekend naar huis, een grote stap want thuis had ik niet de controle die ik in het ziekenhuis had. Dat zorgde voor moeilijke momenten. Hoewel ik me thuis niet anders gedroeg dan in het ziekenhuis, gebeurde het op een keer dat ik 700gr. afgevallen was op een weekend. Het probleem op zo’n momenten is dat iedereen redenen begint te zoeken voor je gewichtsverlies, verschrikkelijk als die redenen er gewoonweg niet zijn. Ik was afgevallen ja, maar had niet anders dan anders gedaan.

Tegen doktersadvies in heb ik na drie maanden besloten om de behandeling stop te zetten. Ik voelde me niet geholpen in het ziekenhuis, evenzeer vaak niet begrepen. Een week lang heb ik gehuild, in mijn kamer, in mijn bed, aan de telefoon met mijn mama. Zij heeft me uiteindelijk ertoe aangezet de knoop door te hakken. “Je moet NU beslissen, ik kom je morgen halen als je dat wilt”. Ik nam de beslissing om te stoppen en eerlijk, dat was de beste beslissing ooit!

Tijdens mijn opname besefte ik hoe belangrijk het is om de steun die je vanuit verschillende hoeken krijgt te aanvaarden. Ik kwam uit een periode waarin ik iedereen wegduwde. Mijn familie en vrienden hadden het beste met me voor, maar ik zag het niet, ik wilde het niet zien. Mijn opname zorgde ervoor dat ik mijn ‘steunpilaren’ leerde kennen en besefte dat ik op hen kon rekenen.

Mijn beste vriend reisde elke twee weken van Gent naar Tienen om mij te komen bezoeken. Om met me te praten en, soms tevergeefs, te proberen me een klein beetje goed te doen voelen. Tot in mijn graf ga ik dankbaar zijn voor wat hij voor mij heeft gedaan, daar ben ik zeker van. Vorig jaar is het jammer genoeg misgelopen tussen ons. Maar ik blijf hem onverbiddelijk dankbaar voor wie hij was en wie hij is en dat staat los van wat er tussen ons gebeurd is.

Je ziet het niet, dus het is er niet

Het is cliché om tegen mensen te zeggen dat je moet praten over het probleem, toch is dat de waarheid. Ik zou zoveel willen meegeven aan anderen in dezelfde situatie, maar ik zit er zelf ook nog altijd in. Voor velen geldt de regel: ”je ziet het niet, dus het is er niet”, maar dat is fout. Mensen zien inderdaad niet dat ik ’s middags al bezig ben met wat ik ’s avonds zal eten en daarbij vooral nadenk over wat de gezondste optie zou zijn. Mensen zien niet dat ik me bij het bekijken van de menukaart in de Starbucks vooral afvraag waar de minste calorieën in zouden zitten. Mensen zien niet dat ik soms in het midden van de nacht wakker word omdat ik spijt heb dat ik een tiental uur eerder een stuk taart heb gegeten.

Je voelt je vaak niet begrepen, je denkt dat ze je niet snappen, en eigenlijk snappen ze je ook effectief gewoon niet. Toch ben ik ergens oprecht blij dat velen me niet snappen, dat wilt ook gewoon zeggen dat ze het probleem zelf niet hebben. Ze snappen je niet, maar ze willen je helpen en dat is het allerbelangrijkste.

Mensen moeten gewoon weten dat het echt dik oké is om je af en toe niet oké te voelen. Er is niks mis met een mindere dag of een slecht moment. Iedereen mag echt wel even zeggen dat het niet goed gaat, het gaat tenslotte nog steeds om jouw gevoel.

Mijn ziekte zal voor de rest van mijn leven bij me blijven, maar daarom zal het niet voor de rest van mijn leven zo erg zijn als nu. Op mijn gsm staan foto’s van mijn ‘vroegere ik’, foto’s van een periode waaraan ik eigenlijk liever niet herinnerd wil worden, toch is het goed om deze foto’s en die periode dicht bij me te houden, om mezelf te reminden aan het feit dat ik nooit terug wil naar hoe ik ooit was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *