Ik ben smartphoneverslaafd en ik ben er trots op

Twee nieuwe berichten, een nieuwe volger op instagram, drie likes op mijn laatste tweet, zes snapchats in twee verschillende Snapchatgroepsgesprekken, vijf WhatsApp-berichten, een vriendschapsverzoek op Facebook en een messengerbericht als ontbijt. En een tas koffie om alles door te spoelen. 

Hoewel ik enkele maanden geleden nog met mezelf had afgesproken dat ik minder met mijn smartphone ging bezig zijn – je kent het wel, iets met goede voornemens waar je eigenlijk al op voorhand van weet dat je ze niet gaat volhouden-, zie ik de schermtijd van mijn smartphone elke week een klein beetje stijgen. 

Het is toch steeds een verschrikking als je op zondag te zien krijgt hoe vaak je je smartphone hebt opgepakt de voorbije week, hoeveel uren je op social media hebt gezeten en hoeveel meldingen je die week gemiddeld per dag kreeg op je smartphone. 

“Mijn mama zei vorige week nog tegen een vriendin dat ‘dat ding’ met mijn hand vergroeid was”


Mijn mama zei vorige week nog tegen een vriendin dat ‘dat ding’ met mijn hand vergroeid was. Ik zat erbij en ving slechts de helft van het gesprek op want ik was –hoe kan het ook anders- nog vlug even mijn instagramstories aan het bekijken. En toch ga je mij nooit horen zeggen dat ik van mezelf vind dat ik assosciaal ben door de sociale media, want dat is toch wat ze tegenwoordig vaak zeggen?

Eerlijk, ik doe het gewoon te graag. Ik maak graag –totaal onflaterende- filmpjes van mezelf terwijl ik naar school wandel om deze dan vervolgens op mijn instagramstory te posten. Ik stuur te graag snapchats naar mijn vrienden om hen te laten weten welke zotte dingen ik op dat moment weer zie en ik kijk veel te graag binnen in andere mensen hun leven door hen te volgen op hun sociale media, en hoe meer hoe liever. 

Lunch van de dag, een telefoontje naar mijn mama, drie reacties op mijn laatste story op instagram waarop je kan zien dat ik onder een tafel zit in de schoolcafetaria, een reactie op mijn nieuwe tweet, drie nieuwe Facebookberichten in het gesprek van ons groepswerk dat volgende week klaar moet zijn en een nieuwe snapchatvriend. Daarnaast couscous met feta van de foodmaker om ervoor te zorgen dat alles goed naar binnen wordt gewerkt. 

“Het moest ook allemaal zo gemakkelijk maar niet zijn”

“Het moest ook allemaal zo gemakkelijk maar niet zijn”, zei ik vorige week nog tegen mijn nonkel toen hij me vroeg naar wie en vooral waarom ik al die berichtjes toch aan het versturen was. 

Afspreken met vrienden, nog vlug even vragen hoeveel woorden je mag gebruiken voor een taak die volgende week af moet zijn en een groepsgesprek starten om duidelijke afspraken te maken voor het cadeau dat je gaat kopen voor een vriendin haar verjaardag. 

Het moest allemaal zo gemakkelijk maar niet zijn, het moest allemaal zo vlug maar niet gaan en mensen moesten zo vlug maar niet reageren op je berichten. Dan zou ik veel minder met mijn smartphone bezig zijn, maar kijk, mensen reageren wel vlug, je kan vliegensvlug je mening delen met een heleboel anderen en het is allemaal wel gemakkelijk. 

Eerlijk, de “naar wie ben je nu eigenlijk al die berichtjes aan het sturen op het negende familiefeest van dit jaar” wegen in mijn ogen niet op tegen de voordelen van sociale media.

Avondeten: een gemiste oproep van een onbekend nummer –zonder voicemailbericht, dus samen met die gemiste oproep het dilemma of ik al dan niet moet terugbellen-, vier snapchats, een heleboel onbekeken instagramstories, 62 WhatsAppberichten –groepsgesprekken for the win- , twee meldingen op Facebook en twee ontvolgers op instagram –zouden mensen zich dan toch echt storen aan de hoeveelheid stories die ik tegenwoordig op mijn volgers afvuur?-. Geserveerd met een portie aardappelen, boontjes en een biefstuk. 

Ik ga het niet ontkennen, mijn smartphone is een deel van mijn leven. Negen kansen van de tien vindt mijn omgeving dat ik een serieuze verslaving heb. Maar ik ga het niet aan mijn hart laten komen. 

Zolang ik mezelf amuseer op instagram, niet het gevoel heb dat ik moet posten en ik gewoon lekker mezelf kan zijn, doe ik door. Zolang Facebook de gemakkelijkste manier blijft om met mensen af te spreken, zolang Twitter ervoor zorgt dat ik de actualiteit soms eens van een andere kant bekijk omdat iemand zijn/haar mening tweet, zolang mijn groepsgesprekken in WhatsApp ervoor zorgen dat ik af en toe eens goed kan lachen en zolang ik mezelf niet stoor aan de meldingen op mijn gsm ga ik lekker door. 

Ik ben smartphoneverslaafd en ik ben er trots op.