Ik stemde toe op twee voorwaarden…

De fijnste dag van mijn leven daar denk ik geen moment over na, dat blijft de dag waarop mijn kleindochter geboren werd. Ondertussen is dat al 22 jaar geleden, ik kan het haast zelf niet geloven.

Negen maanden voor de geboorte kreeg ik een telefoontje van mijn dochter die zei dat ze me iets moest vertellen, maar dat dat niet via de telefoon kon gebeuren. Nieuwsgierig als ik ben, moest en zou ik nog tijdens dat gesprek te weten komen wat er juist aan de hand was. Na wat ‘trekken en sleuren’ bleek dat ze zwanger was.

Ik wist niet goed wat ik hier in eerste instantie op moest zeggen. Ik had geen partner op dat moment, maar mijn dochter evenmin. We waren beiden alleen.

Hoe zou ze het kind alleen kunnen opvoeden? Hoe zou ze ervoor zorgen dat alles vlotjes verliep? Hoe … ? Ik wist even niet hoe ik me de toekomst moest voorstellen en ik had sterke twijfels bij de goede afloop. Maar hoe langer ik nadacht over mijn toekomstige kleinkind, hoe harder ik ernaar verlangde om het in mijn armen te sluiten en hoe meer ik ervan overtuigd was dat het ons samen wel zou lukken.

In de helft van de zwangerschap ongeveer kreeg ik van mijn dochter de vraag of ik aanwezig wilde zijn tijdens de bevalling. Ze had zelfs een boek voor me gekocht waarin uitgelegd stond hoe ik haar op de best mogelijke manier kon ondersteunen. Ik stemde toe op twee voorwaarden. Ten eerste moest ik naar de kapper geweest zijn vÓÓr de bevalling en ten tweede moest alles plaatsvinden op een zaterdag, want dat was de enige dag waarop ik niet moest werken. Als ik er aan terugdenk, vind ik het nog altijd fantastisch dat ze net mij vroeg om bij dat moment aanwezig te zijn.

Enkele maanden later ging de telefoon en ik wist onmiddellijk hoe laat het was. Hoe toevallig het ook lijkt, het was zaterdag en de kapper had mijn haar pas in de juiste plooi gelegd. Al moet ik toegeven dat ik anders ook heel vlug in het ziekenhuis had gestaan hoor, dat moment kon ik gewoon niet missen. Zo vlug als ik kon, reed ik samen met mijn dochter naar het ziekenhuis voor de geboorte van mijn kleinkind. Aan het ziekenhuisbed probeerde ik haar zo goed en zo kwaad mogelijk te steunen. Alles verliep vrij vlot, tot ze te weten kwam dat ik het boek dat ze me gaf eigenlijk helemaal niet had gelezen en het gewoon stof had laten vangen in de kast. Ze wilde me uit de kamer laten zetten. Ik hoor ze het nog roepen tegen de verpleegster: “zet ze buiten!”. Even later, en nog steeds aanwezig in de kamer van mijn dochter, stond ik met open mond te kijken naar mijn pasgeboren kleindochter. Dat op zich was al een prachtig moment, dat ik dan ook de eerste was die haar mocht vasthouden, maakte het moment nog prachtiger.

Vanaf haar geboorte ben ik beginnen schrijven in een boek. Haar boek. Wanneer we samen ergens naartoe gingen, schreef ik er in wat we deden en hoe ik het vond. Als er iets aan de hand was, zette ik mijn gedachten erin. Op haar achttiende verjaardag, heb ik het boek aan haar gegeven. Zo kan ze niet enkel lezen wat we allemaal samen gedaan hebben, maar vooral ook hoe graag ik haar zie en altijd heb gezien.

 

© recht van ’t stad